zaterdag
Na een rustige vlucht landen we op Puerto del Rosario. Zo is Fuerteventura het laatste Canarische eiland in de reeks, we hebben ze reeds allemaal bezocht.Al vlug ontvangen we via de Sunjetshostess de informatie over het hotel. De gereserveerde auto staat ook klaar en na het invullen van de nodige documenten zijn we onderweg, richting Morro Jable (het zuiden), langs de FV-2. Het is een flinke rit,
een 70-tal kilometer.We stoppen in Tarajalejo, een kustplaats, een nestelen ons op een terrasje, om te genieten van een eerste drankje en de Canarische zon, heerlijk deugddoend.
We leggen de volgende 20 km af naar het hotel, gelegen in Costa Calma. Na een paar keer informeren, vinden we het H10 Playa Esmeralda (er is meer dan één H10 hotel). We worden vriendelijk ontvangen en na een korte uitleg zoeken we onze kamer. Dit wordt inderdaad een zoektocht, want zelfs met een plan in de hand is het een doolhof, het hotelcomplex is groot en gebouwd in meerdere etages, aan de flank van een rots. De kamer is zeer groot, met terras en zicht op zee, al moet je voor dit laatste tussen de takken van de bomen kijken. We hebben all-in geboekt, voor de eerste keer in ons leven. Onze eerste taak is het ‘exploreren' van het terrein, met op de eerste plaats de restaurants, gezien het gevorderde uur (het is reeds 14.00h en we hebben reuze honger).
We genieten dan ook van het heerlijke buffet met een wijntje, op het zonneterras.Ondertussen is het 16.00h en willen we nog vlug naar het strand. Daar is de wind echter goed voelbaar en wordt het al gauw frisser, het is er bijgevolg zeer rustig.
Na een tijdje keren we terug en verkennen we de poolbar. We besluiten te aperitieven. We doen ons best om Spaans te spreken, en tot onze grote verwondering spreekt de ‘barmeid' Duits. Later blijkt dat deze streek sterk Duits is.
Zondag
Op internet heb ik gelezen dat er op zondag markt is in Antigua. Dit lijkt een goed idee om daarheen te rijden. Antigua ligt centraal op het eiland en het is een mooie rit erheen. Maar in Antigua is het zeer rustig, te rustig. We informeren al snel waar de markt is, maar helaas er is geen markt. Foute informatie! Dan maar terug naar de Costa Calma, daar is er wel een markt aan de rand van de hoofdweg. Rond de middag zijn we daar en genieten van de sfeer. Er zijn verkopers van tafellakens.
We dingen af van 20 naar 18€ maar de verkoper hapt niet toe. We wachten dan maar af en vermoeden dat er nog wel ergens markten zullen zijn.In de namiddag rijden we zuidwaarts en stoppen we hier en daar waar we denken een rustig kustplaatsje te zien.
Maandag
In de voormiddag is een bezoek gepland aan Pájara. We rijden via de westelijke weg, via La Pared en door een bergachtig gebied. Pájara is een a angenaam stadje waar we kort verblijven. In het centrum is een ezel de toeristische attractie om een gerestaureerde schepradmolen in werking te houden. Daarna zetten we de weg verder naar Betancuria. Dit was vroeger de hoofdstad en heeft een aantal goed onderhouden gebouwen. Het is er zeker toeristisch, de bussen komen af en aan om een ‘lading' te lossen of op te halen. De centrale plaats met de kerk is niet groot, maar aangenaam om er even rond te wandelen. De restaurants en bars waren nog dicht, het was nog voor 11.00h,
op de hoofdweg waren de zaken wel open.Op de terugweg slaan we nog af naar de westkust, en belanden in Playa de los Muertos. Dit is een speciale plaats, zwart strand met sterk uitgeholde rotsen.
In de namiddag houden we het rustig en gaan we naar het strand.Dinsdag
We besluiten een bezoek te brengen aan de hoofdstad, Puerto del Rosario.
We vinden al gemakkelijk een parkeerplaats en lopen rond. Veel historische gebouwen zijn er niet. We wandelen dan maar langs de haven en houden het
al vlug voor bekeken.
We nemen de weg landinwaarts, de FV-20, en bezoeken Casillas del Angel. Naast het kerkje en een paar typische huizen is er niet veel te zien. We zetten de weg verder en brengen nog een bezoek aan het Ecomuseo La Alcogida. Het is een soort Bokrijk, maar in Canarische stijl. Daarna rijden we terug naar het hotel via Antigua en Tuineje en genieten van onze lunch.In de namiddag besluiten we te gaan wandelen op het strand. Er is een flinke wind en ten zuiden van de Costa Calma wordt er aan kitesurfen gedaan. We hebben alle tijd om dit spectaculair gebeuren te bekijken. We zetten onze wandeling verder en genieten van een drankje op een strandterras (in een ‘fuerte ventura'). Op de terugweg zet ik echter een verkeerde stap waarbij ik mijn voet ernstig verzwik. Het wordt nog een zware tocht terug naar het hotel, al waren het maar 500 meters meer. De voet is ondertussen goed gezwollen. Bob besluit naar een apotheek te gaan om zalf en verband te halen. Na goed “inpakken” en met “lompe sandalen” peddel ik naar het restaurant.
Woensdag
Na een voetverzorging maken we een rit naar het zuiden. De bestemming is Cofete,
en het zuidelijkste punt. In de gids had ik gelezen dat de weg verhard is tot net voorbij Morro Jable. Dit is ook zo en de eerste 16 km zijn goed berijdbaar. Vanaf de splitsing naar Cofete verandert de weg echter in minder goed tot eerder avontuurlijk: smal en met putten. Wij deden de rit met een gewone persoonswagen maar waren niet steeds op ons gemak. Die dag was er geen zon en de streek oogt enorm grijs en desolaat. Cofete is klein en ziet er zeer arm uit, er is een bar-restaurant, maar we hebben nog geen honger. In Cofete nemen we dezelfde weg terug en aan de splitsing rijden we naar het zuidelijke punt, Punta de Jandia. Vanaf de splitsing is de weg terug beter, er zijn minder bochten dan op de weg naar Cofete, de weg is overzichtelijker en op de meeste plaatsen ook breder. Net voor de Punta ligt een klein vissersdorpje, Puerto de la Cruz. Er staan verschillende bars/restaurants leeg, maar we belanden toch op een terrasje aan het strand. Daarna wordt het weer tijd om het hotel op te zoeken.In de namiddag is er verplichte platte rust aan het zwembad. Gezien mijn toestand ben ik niet in de conditie om veel kilometers af te leggen, rusten is de boodschap. De strandzetels aan het zwembad worden dus getest. Bob waagt het zelfs om in het koude water te zwemmen.
Donderdag
In Morro Jable is er op donderdag wekelijkse marktdag. Wij daarheen. Deze markt is duidelijk groter dan deze van de Costa Calma. Plots staan we bij dezelfde verkoper van tafellakens als de zondag.
We vragen de prijs van het reeds eerder opgemerkte tafellaken met servietten en het kost nu slechts 15€.
We kopen het.Na het marktbezoek gaan we nog wandelen op de strandpromenade van Morro Jable, het is er zeer gezellig en aangenaam vertoeven.
Bij de terugreis stoppen we bij de zeer
drukke winkelcentra.Vrijdag
Op onze laatste dag rijden we nog eens richting luchthaven, om een bezoek te brengen aan Calete de Fuste. Onderweg maken we echter kennis met la policia. We blijken een snelheidsovertreding te hebben gepleegd, er stond een verkeersbord van 60km/h voor werkzaamheden, maar er was eigenlijk weinig te zien, de baan was een mooi recht stuk, dus….. Als we meteen betaalden kregen we 30% korting, het bedrag was nog 96€! Na deze aanvaring reden we rustig verder. In Calete de Fuste gingen we meteen op zoek naar een geldautomaat. Deze stad is niet klein, zeer toeristisch, maar vooral Engelsen overheersen hier. Op de terugweg brachten we nog een bezoek aan Salinas del Carmen, waar zoutpannen te zien zijn. Helaas waren er die dag werken aan de gang, en enkel een buitenbezoek was mogelijk.We rijden nog naar Pozo Negro, een klein vissersplaatsje, waar we nog een terrasje in de zon vinden om een glas te drinken. In de namiddag trekken we nog eens naar het strand want
Bob wil nog in de zee zwemmenZaterdag
Vandaag moeten we het eiland verlaten, al is de vlucht naar Brussel pas om 20.00h. Het noordelijke deel van het eiland hebben we nog niet bezocht, dit is gepland voor deze laatste dag. We checken dus vroeg uit en zetten onze tocht verder, we hebben trouwens nog de ganse dag de huurwagen.
We rijden naar La Oliva. Deze stad is in vergelijking met de andere plaatsen sterk aan het investeren in nieuwe gebouwen.
Het is er ze er rustig op een zaterdagmorgen en na een korte wandeling vertrekken we.Aan de noordwestkust ligt nog een vissershaventje El Cotillo. Er liggen nog een drietal vissersbootjes, het authentieke plaatsje is klein, de vestingtoren is te bezoeken. Maar er wordt/werd flink gebouwd, eigenlijk veel meer dan nodig, en er staan reeds verschillende winkels en appartementen leeg.
Tegen de middag komen we aan in Corralejo, een vakantiecomplex in het noorden. Er is reeds flink gebouwd en men is nog steeds aan het uitbreiden, zoals op veel plaatsen op de Canarische eilanden. We bezoeken het gedeelte langs de kust, en wandelen dus langs de promenade. Het havengedeelte is best rustig. De wandeling gaat al vlug over naar het drukkere deel met veel restaurants. Je wordt er vaak aangeklampt om er te eten.
Na een tijdje vleien we ons neer op een strandterras: we nuttigen een flinke maaltijd (soep en hoofdgerecht), want we hebben nog een lange dag voor de boeg.
De maaltijd was niet overheerlijk te noemen.Nadien rijden we terug doorheen el parque national de las dunas de Corralejo. Het is alsof men door de Sahara rijdt, zeer speciaal.
We hopen tussen Corralejo en de luchthaven hier of daar een rustig strandplaatsje te vinden, maar niets kan ons bekoren. Uiteindelijk rijden we nog eens naar Castillo de Fuste. Het is er aangenaam wandelen langs de promenade, en een ijsje smaakt ook nog.
We komen zeer tijdig aan op de luchthaven, zoals afgesproken parkeren we de auto en geven de sleutel af aan een bepaalde desk.
En dan maar wachten op de vlucht.
Die ons terug naar de realiteit brengt.
